Noorderlicht dashboard – uitleg van de waarden

Praktische duiding van de metingen (DSCOVR/ACE) en wat ze betekenen voor aurora-kans.

1) Bz (IMF-Bz) – de hoofdschakelaar

Bz is de zuid/noord-component van het interplanetaire magnetische veld (IMF), in nT.

Belangrijkste regel: Bz < 0 (zuid) opent de magnetosfeer → energie kan naar binnen → aurora-kans stijgt.

Rem: Bz > 0 (noord) sluit de magnetosfeer → zelfs bij hoge snelheid kan het “stil” blijven.

Vuistregels

  • -2 tot -5 nT: interessant
  • -5 tot -10 nT: serieus
  • < -10 nT: stormpotentieel (als het volhoudt)

Wat betekent dit voor de kijker?

  • Langer negatieve Bz → grotere kans dat aurora zichtbaar wordt
  • Snelle wisselingen → onbetrouwbaar, vaak geen zichtbare activiteit
  • Langdurig zuidelijk → opbouw van energie en fellere uitbarstingen

Een korte “dip” is vaak niet genoeg. Duur & stabiliteit wegen zwaar.

Wat betekent dit voor de kijker?

  • Hogere snelheid → intensere aurora
  • Lage snelheid → vaak zwakke of diffuse gloed
  • Hoge snelheid zonder negatieve Bz → meestal géén aurora

Wat betekent dit voor de kijker?

  • Dichtheidspiek → plotselinge opleving mogelijk
  • Lage dichtheid → rustige, trage aurora
  • Hoge dichtheid + gunstige Bz → kans op korte felle uitbarstingen

Wat betekent dit voor de kijker?

  • Hoge Bt → meer beschikbare energie → fellere aurora
  • Lage Bt → vaak zwakke of tegenvallende activiteit
  • Bt versterkt vooral als Bz langdurig negatief is

Wat betekent dit voor de kijker?

  • Hogere Kp → aurora-oval ligt zuidelijker
  • Kp ≥ 6 → kansrijk voor Nederland bij heldere hemel
  • Lage Kp → aurora blijft meestal noordelijk

Wat betekent dit voor de kijker?

  • Activiteit zichtbaar in Kiruna → aurora is daadwerkelijk gaande
  • Geen activiteit daar → kans klein dat het elders zichtbaar is
  • Toenemende trend → mogelijk betere kansen later

2) Zonnewindsnelheid (V) – de kracht

V is de snelheid van de zonnewind in km/s. Zie het als de energie-aanvoer.

Vuistregels

  • < 400: sloom
  • 400–600: normaal actief
  • > 600: duidelijk extra energie
  • > 750: stormwaardig

Combinatie-regel: hoge V versterkt vooral als Bz (voldoende lang) negatief is.

3) Dichtheid (n) – de duwer (druk)

n is de deeltjesdichtheid (meestal protonen) in cm³. Dichtheid werkt via dynamische druk: het duwt de magnetosfeer in.

Wat je vaak ziet

  • Dichtheidspuls → magnetopauze wordt samengedrukt → soms snelle respons (substorm-trigger)
  • Kan “voorloper” zijn: eerst n omhoog, later V en pas daarna Bz draait

Vuistregels

  • 1–3: leeg/futloos
  • 3–6: normaal
  • 6–10: actief
  • > 10: duidelijke drukpuls
  • > 20: “heads up” (plots effect mogelijk)

Valkuil: dichtheid alleen maakt zelden een “NL-aurora”. Zie het als versterker/trigger, niet als hoofdingrediënt.

4) Bt (IMF-Bt) – hoeveel magnetisch “materiaal” er is

Bt is de totale sterkte van het IMF (vectorlengte van Bx, By, Bz), in nT.

Zo kun je het onthouden: Bz zegt of de deur open kan. Bt zegt hoeveel energie er beschikbaar is als die deur open gaat.

Vuistregels

  • < 5 nT: weinig “veld”
  • 5–10 nT: normaal actief
  • 10–20 nT: serieus interessant
  • > 20 nT: stormmateriaal

Valkuil: sterk negatieve Bz bij lage Bt ziet er indrukwekkend uit, maar mist vaak “punch”.

5) Kp-index – hoe stormachtig het wereldwijd is (achteraf én kort vooruit)

Kp (0–9) is een planetaire geomagnetische index: een samenvatting van verstoringen in het aardmagnetisch veld gemeten op meerdere stations wereldwijd.

Belangrijk om goed te plaatsen: Kp is geen “knop” zoals Bz. Het is vooral een resultaat/maat voor respons van de magnetosfeer, vaak met wat vertraging t.o.v. de zonnewind.

Wat zegt Kp praktisch?

  • Kp 0–2: rustig
  • Kp 3–4: onrustig / actieve aurora op hogere breedte
  • Kp 5: geomagnetische storm (G1) – aurora-oval groeit
  • Kp 6: G2 – serieus, soms noordelijk NL bij goede condities
  • Kp 7–8: G3–G4 – kans op aurora veel zuidelijker (mits helder)
  • Kp 9: extreem (zeldzaam)

Waarom kan Kp “achterlopen”?

Kp wordt berekend over tijdvensters (historisch 3-uurs Kp) en is een afgeleide van magnetometerdata. Een snelle omslag in Bz kan dus al bezig zijn terwijl Kp nog “oud” aanvoelt.

Gebruik Kp zo

Als sanity-check: staat Kp al hoog, dan weet je dat er daadwerkelijk een brede geomagnetische respons gaande is.

Gebruik Kp niet zo

Niet als enige beslisser. Voor “nu” is de L1-zonnewind (Bz, Bt, V, n) vaak sneller en nuttiger.

Vuistregel voor NL: Kp ≥ 6 maakt het interessant, maar pas echt lekker als tegelijk Bz negatief blijft en V/Bt meewerken.

6) DSCOVR & ACE – meting vóór de klap

DSCOVR en ACE meten de zonnewind bij L1 (~1,5 miljoen km vóór de aarde). Dat geeft typisch 15–60 minuten “voorsprong”.

Waarom twee satellieten?

  • Zonnewind is vaak gelaagd/gestructureerd: satellieten kunnen nét andere stroming “pakken”.
  • Verschillen (Δ) helpen inschatten of de situatie eenduidig is.
ΔBz / ΔV / Δn

Verschil tussen DSCOVR en ACE. Groot verschil → front/structuur → interpretatie met voorzichtigheid.

L1-check

Eenduidig: beide satellieten ongeveer hetzelfde beeld.
Niet eenduidig: verschillen zijn groot → je “kijkt” in een rommelig stuk zonnewind.

7) Aurora-score & kans (%) – samenvatting voor mensen

De aurora-score is meestal een samengestelde maat uit Bz, V, Bt, n en (heel belangrijk) stabiliteit.

Hoe lezen?

Score / Kans Interpretatie (praktisch)
0–20% Vrij kansloos
20–40% Interessant (vooral hogere breedtes / sterke luchtgloed)
40–60% Reëel voor Noord-NL / Scandinavië (mits helder)
>60% Serieus: wekker / camera gereed (mits helder)

Smoothing (EMA): verstandig. Ruimteweerdata is nerveus; aurora “houdt” van langdurige gunstige condities, niet van één piek.

8) Kiruna-check – real-world bevestiging

Kiruna (Noord-Zweden) is handig als “grondwaarheid”: magnetometers/camera’s en directe aurora-activiteit.

  • 15 minuten: nu
  • 3 uur: trend

Praktisch: als Kiruna al “aan” staat, is de kans groot dat de driver echt werkt — dit bevestigt dat de zonnewind de magnetosfeer daadwerkelijk activeert.

9) Praktische beslisregels (ouderwets bruikbaar)

Een paar simpele combinaties die in de praktijk verrassend goed werken:

“Ik ga naar buiten”

  • Bz negatief en stabiel (liefst < −5 nT)
  • Bt ≥ 10 nT
  • V ≥ 600 km/s
  • Bonus: n > 8 (drukpuls/trigger)

“Leuk op papier, maar ik zet geen wekker”

  • Negatieve Bz maar Bt laag (< 5–7 nT), of
  • Hoge V maar Bz blijft positief, of
  • Alles wisselt elke minuut (geen stabiliteit)

Oude waarheid die blijft gelden: stabiliteit wint altijd. Een matige situatie die 60 minuten volhoudt is vaak beter dan een extreme piek van 5 minuten.